Introductie, kraanvogel voor geluk, nieuw begin
25 januari 2026

In de welkomst-envelop van school zit naast de gebruikelijke papieren om in te loggen in de systemen van school, rekeningen etc. ook een origami kraanvogel.
De kraanvogel is een symbool voor vrede, lang leven, geluk en gezondheid. Als je er 1000 van vouwt (senbazuru) en die aan elkaar rijgt tot een soort slinger, dan kan dat bijvoorbeeld worden gegeven als waardevol huwelijksgeschenk voor 1000 jaar geluk. Op traditionele huwelijkskimono's zijn ook vaak kraanvogels afgebeeld. Slingers van gevouwen kraanvogels zie je vaak bij tempels en shrines om de goden te verzoeken om een speciale wens te laten uitkomen, om iemand die ziek is beter te maken etc. Bekende plekken waar je slingers van duizenden gevouwen kraanvogels kunt zien, zijn bijvoorbeeld het Hiroshima Peace Memorial Park en het Peace Park in Nagasaki en de Toshogu shrine in Nikko.

De introductiedag op 14 januari verliep anders dan waaraan ik was gewend. We begonnen met een rondje langs de klimmuur, gym, lunchrestaurant en cultuurcentrum. Daarna kwam de lokale politie de Japanse verkeersregels uitleggen: ook als het stoplicht op groen gaat, is het advies om eerst links en rechts te kijken of er echt niks aankomt. Er zijn namelijk veel oudere Japanse automobilisten, zeggen zij, die niet altijd alles goed in de gaten hebben, en vergeten te stoppen. Er kwam een ingewikkeld verhaal over waar je mag fietsen. Kinderen en ouden van dagen op de stoep, volwassenen in principe niet, maar als er vrachtverkeer is of iets dergelijks, mag dat dan weer wel. Op de stoep gaan wandelaars voor, dus je moet altijd rustig rijden en goed opletten dat je niemand van de stoep af rijdt. Verder moet iedereen altijd een vorm van identificatie bij zich hebben. Helaas krijgen we geen fysieke studentenkaart meer, maar een digitale. Je mag nooit een mes bij je dragen, zelfs geen schaar, tenzij je kunt bewijzen dat dat op dat moment nodig zou zijn. Over andere wapens of op wapens gelijkende zaken werd niet gesproken.
De schoolregels werden nog eens duidelijk uiteen gezet. Die zijn vooral belangrijk voor studenten met een studenten/werkvisum, die hier willen gaan werken en/of een verblijfsvergunning willen krijgen. Deze school heeft een soort meldingsplicht, heb ik begrepen, aan de immigratiedienst. Een dat schijnt behoorlijk serieus te worden genomen. Wanneer je een kwartier te laat bent, wordt dat gezien als een uur gemist. Drie keer 1 minuut te laat, wordt ook gezien als een uur gemist. Op één dag 2 uur missen, staat voor een halve dag missen. Dit lijkt muggenzifterij, maar is belangrijk als je in Japan een baan wil hebben of een beroepsopleiding wilt volgen. Daarvoor heb je namelijk een aanbevelingsbrief nodig van de school en die krijg je niet als je minder dan 90% van de schooluren aanwezig bent geweest. Bij minder dan 80% aanwezigheid in één maand, krijg je een waarschuwing. Komt er geen verbetering, dan kun je van school worden gezet. Bij minder dan 60% aanwezigheid, kan je visum worden ingetrokken, en moet je dus een nieuwe aanvragen, en je moet meteen de school-accommodatie verlaten.
Ik was om 12 uur klaar, maar Elsa (uit Canada) had gevraagd of ik op haar wilde wachten. Helaas duurde dat een uur en had ik er alweer spijt van dat ik ‘ja’ had gezegd. Gelukkig waren we nog op tijd om bij Daiso Suisan te lunchen. Dat wordt meteen een van de laatste keren, want vanaf 1 februari doen ze geen lunch meer. Net als in Nederland in de horeca voor een betere werk/privé balans. Daarna een rondje door de buurt om Elsa enigszins wegwijs te maken. Ze kwam later mijn geleende boodschappentas terugbrengen met als dank een heerlijke tablet Canadese pure chocolade bereid met icewine. We hebben gezellig zitten praten met een kopje thee en een koekje.

Ik maakte een smakelijke Japanse aardappelsalade met mijn, iets magerdere versie van Karaage, krokant gebakken kippendij. (recept in het kookboek Japan in je pan)

Inmiddels is er veel duidelijk geworden. Ik doe opnieuw de klas van 2025, B1-1. Volgens mij barst de school uit zijn voegen. De hoeveelheid studenten op dit niveau is zo groot dat het over twee volle klassen van 15 man is verdeeld. We hebben vier verschillende leerkrachten per week. Een brengt me soms meer in verwarring dan dat ze duidelijkheid schept. Helaas hebben we haar twee keer per week. Zal ik dus aan moeten wennen. Verder twee van mijn favoriete leerkrachten van vorig jaar. En een voor mij nieuwe met wiens manier van lesgeven ik prima overweg kan.
Aan de muur in de klas hangt een overzicht waarop je kunt zien wat er wanneer wordt lesgegeven, door wie en welke quiz/test je krijgt.

Na vier uur les per dag, heb je volgens de school nog drie uur nodig om je huiswerk te maken en voor te bereiden op de stof van de volgende dag. Eerlijk gezegd moet ik erg oppassen dat ik ’s avonds ook echt om zeven uur/half acht ophoud. Veel tijd besteed ik aan het oefenen en vooral schrijven van kanji, want ik hoop daardoor juist beter te gaan lezen omdat je meer gaat herkennen. Er zijn in totaal zo een 2000/2500 kanji nodig om de krant te kunnen lezen, dus er is nog een lange weg te gaan.

Het was heerlijk lenteweer met temperaturen tot ’s middags wel 15/16 graden. Het klapstoeltje dat ik had gekocht, past precies op mijn balkon dat slechts 70 cm diep is. Net genoeg om daar heerlijk te kunnen zitten lezen met de airconditioning unit als tafel. Tot op 20 januari het weer omsloeg. IJskoud en harde wind zoals zo vaak in Okazaki. Inmiddels sneeuwt het tot wel meer dan een meter hoog in Hokkaido, maar ook in Tokio, het westen van Honshu en zelfs in Kyushu. Het treinverkeer werd ontwricht, wat voor Japan volgens mij een zeldzaamheid is. Dat bovenop het feit dat o.a. de Yamanote metrolijn in Tokio door een stroomstoring kwam stil te liggen en er een kleine 700.000 mensen strandden op de verschillende stations.
In het mooie weer wandelde ik door de buurt en opnieuw verwonderde ik me over de huizen hier. Waar vorig jaar een traditioneel houten huis werd afgebroken, staat nu een enorme prefab-woning, strak en grijs, waarbij je je kunt afvragen waar de ramen zijn. Tegelijk staat ernaast een huis dat bijna op iets uit een pretpark lijkt.
Bij nieuwe prefab-woningen zie je steeds meer een parkeerplaats voor de deur i.p.v. een tuintje, hoe klein ook.
Het is grappig om te zien dat men vooral bij wat oudere huizen plantjes e.d. ook waar ze niet horen gewoon laat groeien, zoals in een richel tegen de muur of op het dagelijks gebruikte pad naar een huis.
Het afval scheiden is in Japan iets waarbij je regelmatig op een papier moet kijken om te begrijpen wat waarbij hoort. Het voelt ook erg tegengesteld. De hoeveelheid plastic bijvoorbeeld verzameld door één persoon in één week is enorm. Daar zitten petflessen niet eens bij, wat die moeten apart. Aan de andere kant vind je bij veel supermarkten en zelfbedieningswinkels op de plek waar je je spullen inpakt (want dat doe je niet bij de kassa) een stellage met op maat gesneden oude kranten om je breekbare spullen in te pakken.
Veel studenten nemen naar school een zelfbereide lunch mee. En dat is hier zelden een broodje kaas, maar vaak een maaltijd met rijst of zo die in de magnetron, op elke verdieping staat er een, kan worden opgewarmd. Toch zie je ook veel junkfood gegeten worden. Gefrituurd spul en zelfs iets wat lijkt op een patatje oorlog: frites met aardappelsalade erop, gesmolten kaas en allerlei saus.
Ik probeer zo veel mogelijk zelf te koken. In de supermarkt weer iets gezien dat voor mij nieuw was. Een soort miniraapjes met groen eraan, wat in Nederland waarschijnlijk zonder de raapjes als raapstelen wordt verkocht. Ik stoofde de raapjes kort met miso, soja, sake en een drup mirin, mengde het met geblancheerde peultjes en het was heerlijk. De volgende dag roergebakken ‘raapstelen’ waren minder een succes.
Een heel enkele keer laat ik me verleiden door het verrukkelijke Japanse brood, shokupan. Je kunt het bij de supermarkt/bakker kopen in verschillende diktes gesneden. Het zijn dan 4, 5 of 6 sneetjes per een half broodje. Ik maakte een tonkatsusando met licht gepaneerde plakjes varkenshaas, over van het avondeten van de vorige dag. Varkenshaas is een deel van het varken dat hier minder wordt gewaardeerd omdat minder vet is.

En een keer met een overheerlijke eisalade met doperwtenspruiten, die bij mij in een bakje op de vensterbank groeien. Drie-vier weken lang kun je er vanaf knippen en het groeit steeds weer aan.
In het weekend ga ik naar het lokale badhuis. Een plek om te relaxen en Japans te oefenen met dames met wie je in het warme bad zit. Het voelt niet alleen letterlijk als een warm bad, maar ook als een soort natuurlijke manier om te worden opgenomen in dat moment zonder dat er iets aan vast zit, hoewel ze wel alles van je willen weten. Tenzij je het zelf anders aangeeft, gaat het niet verder dan oppervlakkigheden zoals waar je vandaan komt, leeftijd, kinderen, werk etc. etc.

Na het badhuis een drankje bij mijn favoriete bar met alleen sta-plaatsen en honderden soorten van allerlei dranken waaruit je kunt kiezen, en voor een klein bedrag een kleine, middel of grote maat kunt proeven of drinken.

Om de studieweek goed af te sluiten, eten bij de izakaya tegenover het station met voornamelijk vis. Ik kreeg daar iets voor mij totaal nieuws te proeven van de chef, namelijk lever van de rog. Het was even wennen, want best een beetje ‘ijzer’ of ‘wild’ smaak, maar eigenlijk vond ik het best wel heel erg lekker. Wanneer je het op het internet gaat opzoeken, blijkt het een bijzondere delicatesse te zijn. En dat krijg je dan zomaar voorgeschoteld!

Het weekend is voor wassen, huisje schoonmaken en studeren. Soms eet ik op zaterdag voor het boodschappen doen als lunch bij Feel News winkelcentrum takoyaki. Bepaald niet de meest inspirerende plek, maar de takoyaki is heerlijk.

Op zondag natuurlijk sushi bij Totomaru in Aeon. Inmiddels is mijn favoriete sushi verschoven van chutoro (rechts), middelvette tonijn, naar akami (links), nog steeds boterzacht, maar minder vet, iets roder, en eigenlijk smaakvoller.
Voor culinaire informatie en recepten zie:






















