Toen dinsdag de eerste examens waren gedaan, leek het er niet echt op dat de spanning bij de studenten minder werd. Sommigen doen stoer, anderen doen alsof het er allemaal niet toe doet. De tafels staan weer in de standaard formatie van groepjes van 4-6 personen. In mijn groep zitten er een paar waarvan de interesse volkomen lijkt te zijn verdwenen. Bij een oefening waarbij we elkaar advies moeten vragen en geven en er een zinnetje voorbij komt van ongeveer ‘wat denk je ervan’ gaat er een me steeds uitleggen waarover het gaat in plaats van antwoord te geven, om vervolgens iets volkomen anders te gaan doen. Het blijft apart. Ik werk nu met een Chinese jongen, waarbij soms grappige misverstanden voorbij komen en me ook raad wordt gevraagd over hoe dat nou moet met een vriendinnetje (in Taiwan volgens mij) dat hij misschien nog maar één keer per jaar kan zien. Dat men daar alles met de telefoon betaalt via wat voor app dan ook, en gewoon nooit met contant geld. Om nog maar niet te spreken over het feit dat heel veel onze apps in China niet kunnen worden gebruikt. Je merkt ook hoe er in China wordt gedacht over dingen die voor ons normaal zijn en hoe men daar anders mee omgaat. Een Japanse matsuri bijvoorbeeld (een festival, speciale feestdag of zo) waarbij men vrolijk is en er wordt gedanst, wordt gezien als gevaarlijk, omdat de kans dat je dan ontrouw wordt, groot is. Tegelijk kijkt hij me in mijn ogen met verwondering over hoe blauw ze zijn.
Na al die stress om je heen, is het tijd voor ‘hottosuru tabemono’, wat direct vertaald ongeveer betekent ‘eten waarvan je ontspannen wordt’. In het Nederlands zou dat troosteten heten, hoewel ik dat weer een beetje apart vind want wanneer je zin in of behoefte hebt aan ‘comfort food’ betekent dat niet altijd dat je wil of moet worden getroost. In elk geval had ik een heerlijke stevig op smaak gebrachte dashi gebruikt met udon, van die dikke tarwe noedels, veel van wat lijkt op lenteui, tempuraknappertjes (agedama of tenkasu) en daikon cress. Met je neus boven die heerlijke geur en de warme damp in je gezicht, kom je inderdaad tot rust.
Er gebeurde op school trouwens nog iets geks, wat ook weer cultuurverschillen laat zien. Op het damestoilet is maar één normale wc-pot en twee hurktoiletten. Die eerste makkelijke is veel bezet. Ik wacht soms ook tot deze vrij is. Elke keer als er een bepaalde (volgens mij Braziliaanse) dame voor me was geweest, was er niet doorgetrokken. Gewoon smerig. Vooral wanneer het maandelijkse vrouwendingen betreft. Ik sprak haar er dit keer, terwijl ze nog in de toiletruimte was, op aan. Heel netjes. Later zag ik ook nog dat er van die maandelijkse ‘ellende’ dikke sporen op de grond waren achtergelaten. Ik heb haar uit de klas geroepen, op zijn Japans, heel netjes en beleefd, en gewezen op die sporen, die ze daarna netjes opruimde. Alleen een ‘sorry, ik had het niet in de gaten’ kon er in geen enkele taal vanaf.
Gelukkig zijn er dan op de wandeling naar huis altijd weer leuke en aparte dingen te zien. Een huis bijvoorbeeld, dat er vervallen uitziet, waar gewoon mensen wonen. Of een vrolijk ingekleurde putdeksel. Ook al loop je elke dag dezelfde route, er vallen je steeds weer andere dingen op. Zeker in dit jaargetijde wanneer de natuur wakker begint te worden
Buiten school zijn de ‘maximaal drie uur studeren thuis’ inmiddels opgerekt tot minstens vier uur en soms nog iets meer. Op een speciale site kun je allerlei ‘speed testen’ zoals wij op het examen krijgen, uitproberen. Het laat je genadeloos zien waar je niet goed in bent, en is een prima studiemiddel. Alleen die klok is niet mijn ding. Na een uur zulke testen doen, zit je achter je laptop met een rode, verhitte kop. Ongeveer net zoals wanneer ik met mijn lief in Nederland elke dinsdagavond onze vaste schaakpartij speel. Winnen of verliezen maakt dan niet uit, maar het mooiste spel spelen wel. Hier betekent dat, met betrekking tot de testen en examens, geen onnozele fouten willen maken.
Gelukkig is er altijd voedsel. Mooi voedsel. Lekker voedsel Het is jammer dat ik die echte slager hier niet jaren eerder heb ontdekt. Inmiddels begint er een mooie relatie te groeien. We maken een praatje, wat voor deze nors ogende man volgens mij niet gebruikelijk is. Zijn vrouw staat verderop vriendelijk toe te luisteren en geeft bereidings-advies. Gisteren prachtig stoofvlees gekocht. Van de bil, zei hij, ongeveer kloppend op zijn heup. Uit de buurt, dus echt Japans vlees, donkerrood, mooi dooraderd.
Het werd een soort makkelijke versie van hayashi (mijn kookboek pagina 123). Ik kocht 300 gram voor omgerekend een euro of acht. Er gingen een paar uien bij en tenen knoflook en ook nog een bakje shimeji (van die kleine paddenstoeltjes). Ik had er voor drie keer genoeg aan.
Woensdag moesten we ‘lootjes trekken’. Die bepaalden met welk klasgenoot je donderdag de spreektest moest doen. Gelukkig trof ik iemand, die ik al ken van vorig jaar, die communicatief en open is, een mooi Japans taalgebruik heeft, en niet gaat om indruk te maken op de leerkrachten, maar voor een behoorlijk wederzijds gesprek. We spraken af dat we in de algemeen beleefde taal zouden spreken. Per stel ga je om de beurt naar een ruimte waar twee (in dit geval) dames zitten aan tafels in T-vorm. Zij zitten aan het hoofd. Wij zitten tegenover elkaar aan de poot van de T. Er staat een videocamera waarvan ze eerst vragen of je het okay vindt dat er opnamen worden gemaakt. We vroegen ons allebei af hoe het zou gaan als je ‘nee’ zou zeggen. Eerst moet je om de beurt een paar minuten praten over het gegeven onderwerp. Dat was bij ons ‘Openbaar Vervoer’ en hoe dat verschilt met Japans OV. Ik gooide er nog even in dat omdat mijn partner ruim 40 jaar Nederlandse treinen heeft ontworpen dit uiteraard de allermooiste treinen ter wereld zijn. Daarna werd het onderwerp waar we samen over moesten praten ‘dingen die je doet die goed zijn voor je gezondheid’. Alsof ze het voor ons hadden uitgezocht! Het leek niet moeilijk om te praten over sporten, eten, en mijn gesprekspartner noemde zelfs nog het door mij geschreven kookboek (dat hij heeft gekocht maar waaruit hij en zijn vrouw nog nooit hebben gekookt). Volgens mij zei een van de dames bij ons vertrek dat wij die dag een van de besten waren. Joepiee! Dingetje is wel, dat er nog een handjevol andere examinatoren naar die video’s gaan kijken en luisteren en daar misschjien heel andere ideeën over hebben. Wij voelden ons in elk geval prima en gaven elkaar buiten het lokaal een dikke knuffel.
De onrust blijft groot die laatste dag voor het ‘grote’ grammatica examen. Niemand heeft meer aandacht voor wat die arme lerares ons probeert bij te brengen. Na school de hele middag proefexamens gedaan, ook voor kanji. Om zeven uur opgehouden. Borrel, eten, bad en bed. Na bijna tien weken echt heel erg hard studeren, kun je jezelf beloven dat er na deze dag geen huiswerk meer wordt gemaakt, zelfs al is het onderhoudend en interessant.
Toen eindelijk alles voorbij was op vrijdagmiddag, voelde het vrij en tegelijk lastig. Ineens moest ik zelf weer nadenken over waarmee ik de uren vulde. Dat werd eerst uitgebreid naar het badhuis, waar ik zelfs op deze prachtige lentemiddag een uiltje van een kwartier knapte in een van de ligbaden buiten.
De geur in het ronde bad buiten was munt en felgroen. Op de grote vierkante steen in het midden stonden misschien wel honderd kleine eendjes, dolfijntjes en dergelijke. Die zijn voor de kinderen om mee te spelen en elk kind mag dan ook zo een beestje meenemen. Dit was allemaal in verband met Shunbun.
Shunbun no Hi (lente equinox) is een officiele nationale feestdag die het begin van de lente markeert. Dit jaar op 20 maart, wanneer dag en nacht overal op aarde ongeveer even lang zijn. In Japan gelooft men dat op deze dag de grens tussen onze wereld en het hiernamaals dunner is, waardoor het makkelijker is om in contact te komen met overledenen.
Een belangrijke traditie op deze dag is dan ook het bezoeken van familiegraven om de overledenen een soort van halverwege te ontmoeten. Die begraafplaatsen staan hier gewoon tussen de huizen in. Ik loop er bijvoorbeeld elke dag langs op weg naar school. Men maakt de grafsteen schoon, zet nieuwe kunst- en verse echte bloemen neer, offert wierook en bidt voor de voorouders. Een soortgelijke dag is er in de herfst. Dit jaar 2026 op 23 september.
Zo een feestdag geeft Japanners een lang weekend om buiten de traditionele bezigheden tijd met familie en vrienden door te brengen. Er zijn in dit eerste lenteweekend veel evenementen, sportwedstrijden en festiviteiten.
Zoals inmiddels gebruikelijk is geworden, ging ik die avond na het badhuis voor het eten iets drinken bij de tachinomi. Ook hier merk je dat het een ‘vakantiedag’ is. Het was er veel drukker dan normaal met gasten van buiten Okazaki. Hier aan de voorkant is een ruimte waar je kunt zitten roken en ook aan de achterkant was de buitengelegenheid open. Het is een soort tuin met veel zand en weinig groen en je kunt er onder andere een BBQ huren om je eigen ingekochte spullen te bereiden. Er staan simpele tafels, stoelen en banken. Drank en dergelijke koop je bij de tachinomi.
Later at ik bij mijn favoriete visrestaurant. Dit keer druk met ‘andere’ gasten dan normaal. Naast me aan de counter kwam een paar te zitten, waarvan de vrouw bijna een half uur te laat was. Gevolg was, dat de heer al het een en ander had genuttigd, vooral in vloeibare zin. Natuurlijk raakten we aan de praat. Zij was eerst wat voorzichtig, maar kwam later ook los. Zij gingen net als ik de Gorin sake drinken. Daarna nam hij zeker nog drie andere verschillende en overal moest ik een slokje van proeven. Dat werden echt minimale nipjes.
We wisselden onze gerechten uit, wat in Japan niet ongebruikelijk is. Ook tijdens vakanties in Japan, gebeurt het regelmatig dat we hapjes van andermans gerechten krijgen aangeboden. Dat wordt dan altijd met schone eetstokjes op een apart schoteltje gelegd.
Ik at onder andere ‘sakura ebi, die zo heten vanwege hun kleur’. Het zijn piepkleine garnaaltjes die er alleen in de lente en de herfst zijn en worden gevangen in Suruga Bay in Japan. Ik vind er niet echt heel veel smaak aan zitten. De salade van rauwe jonge uien waar ze bij worden geserveerd krijgt vooral zijn smaak van de zoetzure sojadressing. Uiteindelijk toen ik weg ging, moest ik met de dame op de foto als ‘beste vrienden’. Hij wilde even uitgebreid de voorkant van mijn trui schoonmaken, dus daar heb ik snel een stevige hand voor gestoken. Het was weer een bijzondere avond.